Uitgangspunten NLP

Niet werkt niet

Ons brein kan niets met het woord ‘niet’. Een simpel voorbeeld hiervan is: ‘Denk niet aan een roze olifant’. Wat zie je nu voor je? Ik kan bijna met zekerheid zeggen dat je een plaatje van een roze olifant in je hoofd kreeg. Je brein slaat het woordje ‘niet’ en ‘geen’ over en maakt de voorstelling van wat overblijft in de opdracht. Zo werkt het bij zowel volwassenen als kinderen. 

Wat wel werkt is om opdrachten te geven of om dingen tegen jezelf te zeggen zoals je het wel wilt hebben: in een positieve formuliering. 

Wil je bijvoorbeeld dat een kind niet op de weg speelt? Zeg dan: “Blijf op de stoep.”

Doelen specifiek maken

Je hebt een doel. Dat doel ligt in de toekomst. Samen maken wij het beeld van je doel helder. Je weet dan precies hoe het eruit ziet. Hoe je je dan voelt als je dat bereikt hebt. Wat je vrienden ervan vinden, enz. 

Als dat beeld helemaal compleet is, kijken we terug naar het heden en zoeken uit wat er nodig is om bij je doel te komen. 

Het is te vergelijken met een navigatiesysteem. Zo’n systeem kan je pas goede de weg naar je bestemming wijzen, als het weet waar je nu bent. 

Focus

Kijk eens om je heen in de ruimte waar je nu bent en neem in je op hoeveel groene dingen je ziet. Doe nu je ogen dicht en denk aan die groene dingen. 

Wat was er rood in de ruimte waar jij nu bent?

Weet je het niet? Dat komt omdat je gefocust was op de groene dingen en daardoor de rode niet zag. Zo kan het ook zijn met jouw probleem. Je bent zo gefocust op je probleem dat je de oplossing niet ziet. Ook al kan die heel dichtbij zijn. 

Taal

Taal is belangrijk. Met taal geef je betekenis aan zaken. Hiermee geef je je brein een opdracht. Moedig je jezelf aan? Of praat je jezelf verdrietig of boos met wat je tegen jezelf zegt? 

Samen kijken we hoe taal invloed op jouw stemming heeft.